Nieuws

Learn

Permanente educatie: werken aan vakbekwaamheid en beroepsontwikkeling

Als financieel professionals willen voorkomen dat hun baan binnenkort wordt uitgehold of zelfs verdwijnt, moeten ze versneld aan hun technische en interpersoonlijke competenties werken. Oftewel blijven leren. Ook wel permanente educatie genoemd.

Kennis is zo vers als pas gevangen vis. Tot dat inzicht kwamen de registeraccountants al in 1976 toen ze een toen nog vrijwillig permanente educatie instelden. Vanaf 1996 volgde een formele verplichting. Een voorbeeld dat sinds 2007 wordt gevolgd door RC’s en accountants in business. Wie grasduint door Google, stuit op oude berichten over accountants in business die door de Accountantskamer beboet worden vanwege het niet nakomen van de PE-verplichting. Zo worden er in 2011 maar liefst honderdtachtig klachten behandeld.

Systeem van PE-punten vervangen door nieuwe systematiek

Het systeem van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants voor PE is sinds 2016 op de kop gegaan. De oorspronkelijke PE-verplichting was opgetuigd met een indrukwekkende lijst van trainingen, cursussen, al dan niet meerdaags of incompany. Ze werden gegeven door een keur aan gecertificeerde instituten. De NBA begon in 2016 met een pilot. Daarin testen ze of ze het huidige systeem van PE-punten konden vervangen door een nieuwe systematiek. De deelnemers kozen hun eigen leerdoelen via een persoonlijk ontwikkelplan waarvoor geen PE-uren hoefden te worden bijgehouden. Deelnemers aan de pilot, waaronder sinds 2017 ook registeraccountants in business, bepaalden zelf de inhoud, vorm en omvang van de PE-activiteiten die nodig waren voor het professioneel uitvoeren van hun werkzaamheden. De pilot verliep volgens de NBA succesvol, waarna de NBA daadwerkelijk overging op de nieuwe systematiek.

Nieuw model gericht op behalen van leerresultaat

Met ingang van 1 januari 2019 is dan ook het nieuwe PE-model geleidelijk ingevoerd voor accountants. Het nieuwe model stelt volgens de NBA beroepsontwikkeling centraal en is gericht op het leerresultaat in plaats van op het behalen van 40 PE-uren. “Vakbekwaamheid vormt een belangrijke pijler waar het accountantsberoep op is gebouwd en verplichte permanente educatie is daar een belangrijke exponent van”, stelt de NBA. “Educatie gericht op beroepsontwikkeling: het bijhouden en voortdurend ontwikkelen van kennis en vaardigheden opdat de samenleving op de accountant kan (blijven) vertrouwen.” Gezien de ingrijpende wijziging van het PE-model wordt deze gefaseerd ingevoerd. Een beperkte groep gaat per 1 januari 2019 over en het overgrote deel van de leden pas in 2020 of 2021.

Afleggen verantwoording over beroepsontwikkeling logischer

Het is volgens het bestuur van de NBA logisch om te kiezen voor een nieuw PE-model dat beroepsontwikkeling centraal stelt. “Het afleggen van verantwoording over de verrichte beroepsontwikkeling zelf, zegt veel meer dan puur het meten van de geleverde inspanning ofwel het al dan niet halen van de 40-urennorm,” aldus Frank van Gelder van de NBA. “We veranderen de systematiek omdat we zien dat het bestaande aanbod niet altijd aansluit bij de kennisbehoefte van onze leden. Het is een heel diverse groep. Openbare accountants hebben heel andere wensen dan bijvoorbeeld CFO’s. Maar ook binnen de categorie overheidsaccountants zijn de verschillen groot. Er speelt ook iets anders mee. Je kunt het aantal gecertificeerde opleidingen niet onbeperkt uitbreiden. Hoe moet je die allemaal beoordelen? Daarom laten we dat los. De leden worden zelf verantwoordelijk voor hun vakbekwaamheid.”

In eerste instantie belastingdienst en big four

In eerste instantie gaat het slechts om 5 procent van de accountants, namelijk accountants die werken voor de belastingdienst en accountants met een adviserende functie bij de Big Four. In 2020 volgt een groep van zo’n 40-45 procent van de NBA-leden en in 2021 gaat de regeling voor iedereen gelden, ook voor de accountants in business. Van Gelder: “Het was in het oude systeem zo dat accountants verplicht waren om elke drie jaar 120 punten te halen. Elke punt is gelijk aan één uur opleidingstijd. Het was mogelijk om de eerste twee jaar 20 punten te halen en in het laatste jaar 80. Maar er konden ook gewoon jaarlijks 40 punten worden gehaald.” Inmiddels noemt de NBA dat ‘een achterhaald systeem’. Van Gelder: “Want wat daarin miste, is dat er niet werd gekeken naar wat er in die 120 punten precies was geleerd, maar slechts naar de input in PE-uren. Een enkele accountant maakte het ook niet uit. Dan kregen we tegen het eind van het jaar een belletje van ‘heb je nog een cursusje van 4 punten?’ in plaats van ‘heb je nog een cursus over de Wwft?’”

Kwalitatieve in plaats van een kwantitatieve eis

De trainingen en opleidingen die accountants-in-business voor PE volgden, hoefden niet per se gecertificeerde cursussen te zijn. Van Gelder: “We zagen vaak een gemengde variant, waarin de accountants in business door de NBA gecertificeerde cursussen volgden, maar ook bijvoorbeeld aantoonbaar vakoverleg, het schrijven van publicaties en het aanwezig zijn bij ledenbijeenkomsten opvoerden. Dat blijft in de nieuwe regeling ook mogelijk, met één belangrijke verandering: we laten de kwantitatieve punteneis los en vervangen die door een kwalitatieve eis.”

Accountant kan prima zelf beoordelen wat relevant voor hem is

Voor 2007 was de invoering van PE een heet hangijzer voor de accountant-in-business. Sommigen vonden de regel betuttelend en onnodig. Een goede accountant wil immers toch wel relevant blijven en volgt opleidingen ook vanuit een zekere passie voor zijn vak. Deze nieuwe regeling doet daar veel meer eer aan. Van Gelder: “Een accountant kan heel goed beoordelen welke cursus relevant is voor hem. Naast vakinhoudelijke cursussen kan hij ook andere cursussen op het gebied van managementtechnieken of vaardigheden in aanmerking nemen.” Als voorbeeld haalt Van Gelder een cursus Spaans aan. “De meeste accountants zullen een dergelijke cursus in hun privétijd volgen. Maar als het bedrijf waar de accountant werkt heel veel zaken in het Spaans doet, is zo’n cursus ineens wel relevant. Hetzelfde geldt voor een training leidinggevende vaardigheden, een cursus timemanagement of omgaan met stress.”

Accountants moeten nu concrete leerdoelen formuleren

Een van de kenmerken van deze outputgerichte methodiek is dat ook de vorm vrijer is. Van Gelder: “We vragen mensen om aan de hand van hun werkzaamheden en wat deze moeten opleveren, concrete leerdoelen te formuleren. Aan de hand van de leerdoelen bepaalt de accountant welke leeractiviteiten hij gaat ondernemen. Na het verrichten van de leeractiviteiten is er ruimte voor evaluatie. Deze output-gestuurde methodiek is – tot grote tevredenheid – al langer in gebruik bij onze collega’s in Ierland, Schotland en Engeland. Bij vormeisen loop je vaak achter de feiten aan. Dan vormen de regels een beperking. Zo hadden we net in de regeling opgenomen dat e-learning is toegestaan, zien we ineens het webinar opkomen. Dat mocht dan weer niet. Dat probleem helpen we met deze vorm van PE uit de wereld.”

Persoonlijk ontwikkelplan trekken we door naar werkveld

Hij vervolgt: “Uiteindelijk komt het erop neer dat we de techniek die al langer in het tertiaire onderwijs wordt gebruikt, het persoonlijk ontwikkelingsplan, nu ook doortrekken naar het werkveld. We vragen mensen wat hun werkzaamheden zijn, welke werkzaamheden ze zouden willen doen en welke educatie-activiteiten zij denken dat daarvoor nodig zijn. Ook is er ruimte voor evaluatie. Misschien vinden ze dat de cursus bij nader inzien toch niet de kennis bracht die ze zochten. Dan kunnen ze op een andere plek verder zoeken. Dit systeem motiveert – met behulp van die kwalitatieve verantwoording – tot nadenken.”

Ook VRC heeft regeling voor permante educatie

Natuurlijk is de NBA niet de enige vereniging met een PE-regeling. Ook de Vereniging van Registercontrollers (VRC) heeft zo’n regeling. Die gaat volgens de vereniging zelf uit van “de eigen verantwoordelijkheid van de RC in het op peil houden van zijn vakkennis.” Een RC kan dus zelf vaststellen of het onderwerp van de cursus op het financieel-economisch vakgebied ligt en/of bijdraagt aan zijn/haar persoonlijke effectiviteit. “U bent volledig vrij in het kiezen van een aanbieder van cursussen, zolang de doelstelling van de PE-regeling in ogenschouw wordt genomen”, stelt de vereniging. RC’s zijn verplicht tot permanente educatie van 40 uur studie per jaar. Voor ieder studie-uur wordt 1 punt geteld. Iedere RC moet dus 40 PE-punten volbrengen. Een eventueel teveel aan PE-punten mogen ze meenemen naar de volgende twee jaren (80 PE-punten). Ook kan het tekort van het jaar daarvoor worden ‘ingehaald’ met extra PE-punten.
Welke studie-activiteiten zijn volgens de VRC erkend?

De volgende studieactiviteiten zijn volgens de VRC erkend:
  • Het uitvoeren van zelfstudie of training on the job-activiteiten (max 20 uur per jaar)
  • Het volgen van externe cursussen
  • Het volgen van interne cursussen (binnen het bedrijf)
  • Het volgen van congressen, seminars en lezingen
  • Het lesgeven en ontwikkelen van een cursus op het vakgebied
  • Het verrichten van onderzoek en het schrijven van artikelen op het vakgebied
  • Het participeren in vaktechnische commissies
Evenwichtige verdeling van studie-activiteiten

Er moet sprake zijn van een evenwichtige verdeling van de hierboven genoemde studieactiviteiten. Dat gaat zowel over de erkende PE-activiteiten als over de vakinhoudelijke onderwerpen. De VRC op haar website: “U bent vrij in het kiezen van een aanbieder van cursussen, zolang u de doelstelling van de PE-regeling in ogenschouw neemt.” RC’s moeten elk jaar vóór 1 maart hun PE-activiteiten van het afgelopen PE-jaar registreren via de website van de VRC.

Het gaat om kwaliteitsbehoud van het finance vak

Het registeren van PE-activiteiten is geen doel op zich, stellen beide organisaties. Van Gelder van de NBA: “Het gaat om kwaliteitsbehoud in het vak. De maatschappij vraagt dat van ons.” Sterker nog: Als financieel professionals willen voorkomen dat hun baan binnenkort wordt uitgehold of zelfs verdwijnt, moeten ze versneld aan hun technische en interpersoonlijke competenties werken. Uit het onderzoek “invloed technologie op de financiële functie” van de VU Register Controllersopleiding en de NBA Accountants in business blijkt namelijk dat een groot deel van de financieel professionals de impact van technologie op zijn of haar functie onderschat. Prof. dr. Frank Verbeeten luidt daarom de noodklok: “Controllers en CFO’s lopen anders het risico dat hun functie wordt uitgehold. Competenties die voor de financieel professional in een digitale wereld van belang zijn moeten snel ontwikkeld worden.” Kortom, er is volop werk aan de winkel.

 

Bron: ExecutiveFinance.nl